Wat een warmteverliesberekening is, en waarvoor ze dient
Een warmteverliesberekening bepaalt per ruimte hoeveel warmte er op de koudste ontwerpdag verloren gaat via muren, dak, vloer, ramen, ventilatie en luchtlekken, volgens de norm NBN EN 12831-1. Het resultaat is een vermogen in watt per ruimte, en de som ervan voor het hele gebouw. Daarmee weet uw installateur exact hoe groot de warmtepomp of ketel moet zijn en welk vermogen elke radiator, convector of vloerverwarmingskring moet leveren. Zonder die cijfers wordt er gedimensioneerd op ervaring en vuistregels, en dat eindigt meestal in een te grote opwekker die pendelt en slijt, of in een te kleine afgifte in de ruimte die het hardst nodig heeft.
Niet verplicht, met één grote uitzondering
Nergens staat dat u een warmteverliesberekening moet laten maken. Maar sinds aanvraagjaar 2023 geldt voor nieuwbouw met een E-peileis de installatie-eis lage temperatuur: de ontwerpvertrektemperatuur van het verwarmingswater mag maximaal 45 °C bedragen. Die temperatuur kan de EPB-verslaggever niet zomaar invoeren; ze moet gestaafd worden met een dimensioneringsnota, en die steunt op een warmteverliesberekening. Ontbreekt de nota, dan gebeuren er twee dingen: de software rekent met de waarden bij ontstentenis, en uw E-peileis wordt strenger. Welke eisen precies gelden voor uw type project, leest u in ons artikel over de EPB-eisen per aard van de werken.
De crux: de vertrektemperatuur die EPB aanneemt
Hier zit het punt dat wij het vaakst moeten uitleggen. In de EPB-berekening hangt het rendement van een warmtepomp sterk af van de temperatuur van het water dat naar de afgifte vertrekt: hoe hoger, hoe slechter het seizoensrendement, hoe hoger het E-peil. Zonder dimensioneringsnota moet de verslaggever de waarde bij ontstentenis gebruiken, en die is bewust ongunstig: voor radiatoren en ventiloconvectoren komt dat neer op een regime van 90/70 °C. In werkelijkheid draait geen enkele moderne installatie zo; uw warmtepomp levert wellicht 35 tot 45 °C. Maar wat er in werkelijkheid gebeurt, telt niet: zonder bewijs dat opwekker én afgifte in elke ruimte de warmtevraag dekken bij die lagere temperatuur, mag ze niet ingevoerd worden.
| afgiftesysteem | zonder dimensioneringsnota | met dimensioneringsnota |
|---|---|---|
| vloerverwarming | waarde bij ontstentenis; impact doorgaans beperkt tot enkele E-peilpunten | berekend regime, bijvoorbeeld 35/30 °C |
| radiatoren | regime 90/70 °C; impact kan oplopen tot tientallen E-peilpunten | berekend regime, bijvoorbeeld 45/35 °C |
| ventiloconvectoren | regime 90/70 °C; impact kan oplopen tot tientallen E-peilpunten | berekend regime, bijvoorbeeld 45/40 °C |
Het gevolg is even simpel als hard: een project dat in werkelijkheid uitstekend presteert, kan op papier zijn E-peil missen, alleen omdat het bewijs ontbreekt. De warmteverliesberekening is in dat geval geen technische luxe maar het document dat uw EPB-resultaat bepaalt.
De regel die iedereen onderschat: de juiste ruimtes moeten kloppen
Een dimensioneringsnota wordt aanvaard als twee dingen kloppen. Voor de hele eenheid moet het totale vermogen van de opwekker minstens gelijk zijn aan de som van de berekende warmteverliezen van alle ruimtes (zonder het bijkomende opwarmvermogen). En voor elke afzonderlijke ruimte moet het vermogen van de afgifte-elementen minstens gelijk zijn aan het berekende warmteverlies van die ruimte, tenzij ze in een van vier categorieën valt:
- Niet bestemd voor menselijke bezettingToilet, (trap)hal, berging, garage, zolder, kelder.
- Warmteverlies kleiner dan 20 W/m²Goed geïsoleerde ruimtes met weinig buitenschil.
- Warmteverlies kleiner dan 200 WKleine ruimtes, ongeacht hun bestemming.
- Plaatselijke én centrale verwarmingAls de plaatselijke verwarming al voor het E-peil is ingerekend.
Voor alle andere ruimtes geldt alles of niets: één bezette ruimte die tekortschiet, en de volledige nota vervalt. Dat maakt de details belangrijk: een badkamer met te weinig afgifte, een bureau met een grote glaspartij, of een slaapkamer waar de architect geen radiator voorzag. Dat laatste kan overigens perfect, maar dan moet de nota aantonen dat die kamer via de omliggende ruimtes voldoende indirect verwarmd wordt.
Laat de berekening maken in de ontwerpfase, vóór de installateur bestelt. Dan dient één document drie doelen: een correct gedimensioneerde installatie, een dimensioneringsnota die uw E-peil beschermt, en geen geld naar een te grote warmtepomp. Achteraf, bij de EPB-aangifte, kan het ook nog, maar dan stelt de berekening alleen vast wat er geplaatst is; blijkt een ruimte tekort te komen, dan zijn de opties duur.
Wat u aanlevert, en wat u terugkrijgt
Voor de berekening zijn nodig: de plannen, de samenstelling van vloeren, wanden, daken en ramen (de EPB-gegevens volstaan meestal), de ontwerptemperaturen per ruimte en het voorziene ventilatiesysteem. U krijgt per ruimte het warmteverlies, het totale vermogen voor de opwekker, en, in de dimensioneringsnota, het bewijs dat de gekozen afgifte-elementen bij het gekozen temperatuurregime in elke ruimte volstaan. Dat document dient tegelijk als bestelbasis voor de installateur en als stavingsstuk in het EPB-dossier.
Omdat wij zowel de warmteverliesberekening als de EPB-verslaggeving maken, rekenen wij de dimensioneringsnota meteen af op het E-peil: welk regime haalt uw project, en wat scheelt het als een ruimte nét tekortkomt. Eén berekening, één dossier, geen tegenstrijdige aannames tussen installateur en verslaggever.
- VEKA, EPB-pedia: dimensioneringsnota (afgifte) en de EPB-eisentabellen voor nieuwbouw vanaf aanvraagjaar 2023 (installatie-eis lage temperatuur)
- Ministerieel besluit van 28 december 2018, bijlage 13: minimale inhoud van de dimensioneringsnota
- NBN EN 12831-1:2017 met Belgische nationale bijlage: warmteverliesberekening per ruimte
- NAV helpdesk, "Dimensioneringsnota verplicht?"
Getoetst aan de geldende regelgeving in september 2026. Wij volgen de EPB-eisen op en werken dit artikel bij zodra er iets wijzigt.