Drie categorieën, drie eisenpakketten
De EPB-regelgeving kijkt niet naar wat u uw project noemt, maar naar de aard van de werken. Die bepaalt welk eisenpakket geldt. Er zijn drie categorieën, met heel precieze definities.
- Nieuwbouw of gelijkgesteldEen nieuwbouw, een herbouw na sloop, een ontmanteling, een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw met een beschermd volume groter dan 800 m³ of met minstens één wooneenheid, én, vaak vergeten: een gedeeltelijke herbouw waarbij minstens 75% van de scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen nieuw gebouwd wordt. Hier geldt het volledige, strengste eisenpakket.
- Ingrijpende energetische renovatie (IER)Een renovatie waarbij de opwekkers voor warmteproductie vervangen worden én minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen (na)geïsoleerd worden. Beide voorwaarden samen, niet één van de twee.
- RenovatieEen verbouwing, of een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw met een beschermd volume kleiner dan 800 m³ en zonder wooneenheid. Het lichtste pakket: eisen gelden enkel voor wat u aanpakt.
Wat verschilt er concreet?
| eis | nieuwbouw of gelijkgesteld | IER |
|---|---|---|
| E-peil | maximaal E30 (BEN) | maximaal E60 |
| S-peil | maximaal S28, of S29 tot S31 mits maximaal E20 | geen S-peileis |
| hernieuwbare energie | minstens 15 kWh/m².jaar uit zonne-energie | minstens 20 kWh/m².jaar, vrije keuze van techniek |
| ventilatie | volledig systeem A, B, C of D | volledig systeem A, B, C of D |
| oververhitting | indicator onder 6.500 Kh | geen eis |
| installatie | lage temperatuur én installatierendement minstens 130%; sinds 2025 geen aardgasaansluiting meer bij nieuwbouw | installatierendement minstens 130%, dus minstens een hybride warmtepomp |
Bij een IER geldt bovendien dat bestaande spouwmuren die u laat navullen maximaal een U-waarde van 0,55 W/m²K mogen hebben.
Bij een gewone renovatie geldt geen E-peil, geen S-peil en geen eis rond hernieuwbare energie. Wat u vernieuwt of na-isoleert moet wel aan de maximale U-waarden voldoen, en in verbouwde ruimtes waar u vensters vervangt of toevoegt, moeten ventilatievoorzieningen komen. Nieuwe of vernieuwde installaties moeten minimale rendementen halen; aan wat u niet aanraakt, verandert niets.
De grensgevallen waar het misloopt
Vier situaties zorgen in de praktijk voor verrassingen, en de eerste is de meest onderschatte.
- De twee 75%-regels, die niets met elkaar te maken hebbenDe IER-regel telt hoeveel van de buitenschil (na)geïsoleerd wordt, samen met het vervangen van de warmteopwekker. Maar er bestaat een tweede, aparte regel: is minstens 75% van de scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen nieuw gebouwd, dan is het project een gedeeltelijke herbouw en wordt het gelijkgesteld met nieuwbouw, ongeacht wat er met de technieken gebeurt. Het gaat dan om de constructie zelf: nieuwe muren in snelbouw, nieuwe gordingen en spanten, nieuwe welfsels, en ook vervangen ramen tellen als nieuwe scheidingsconstructie. Een gewone renovatie waarbij net iets te veel gevel of dak afgebroken en nieuw opgetrokken wordt, springt zo in één keer naar het nieuwbouwregime. En een zorgvuldig geplande IER (alles na-isoleren, warmtepomp, E60 in zicht) wordt alsnog een nieuwbouwdossier met E30 en S-peil zodra de sloopgraad die 75% overschrijdt. Laat uw verslaggever dat percentage berekenen vóór er gesloopt wordt.
- De uitbreiding die net te groot wordtEen aanbouw blijft een renovatie zolang het beschermd volume onder 800 m³ blijft én er geen wooneenheid bij komt. Daarboven springt het hele project naar het nieuwbouwregime, met E-peil, S-peil en zonne-energie-eis.
- De extra wooneenheidKomt er bij een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw een wooneenheid bij, bijvoorbeeld een zorgwoning of studio in een nieuwe aanbouw, dan volstaat dat om in de categorie ‘gelijkgesteld met nieuwbouw’ te belanden, ook als het volume onder 800 m³ blijft.
- IER of toch gewone renovatie?Isoleert u 75% van de schil maar blijft de oude ketel staan, dan is het geen IER. Vervangt u de warmteopwekker en isoleert u minder dan 75%, evenmin. Alleen de combinatie van beide maakt het een IER, met E60 en de eis rond hernieuwbare energie tot gevolg.
Haalt uw project het minimumaandeel hernieuwbare energie niet, dan wordt het maximale E-peil automatisch strenger: E26 bij nieuwbouw (15% strenger) en E54 bij een IER (10% strenger). Dat is zelden de goedkoopste route, en het is een van de redenen om de berekening vóór de vergunningsaanvraag te laten maken in plaats van erna.
Wanneer wordt dit vastgelegd?
De categorie volgt uit de vergunningsaanvraag en het ontwerp, en de eisen die gelden zijn die van het jaar van de vergunningsaanvraag of melding. Wijzigt het ontwerp tijdens de rit (een aanbouw wordt groter, er komt toch een extra wooneenheid, de ketel wordt alsnog vervangen), dan kan de categorie mee verschuiven. Laat uw verslaggever dat meteen herrekenen: een aanpassing op plan kost niets, een aanpassing op de werf des te meer.
- VEKA, brochure "Nieuwe EPB-eisen voor nieuwbouw en renovatie 2025" (uitgave januari 2025)
- Energiebesluit en de EPB-eisentabellen op vlaanderen.be/epb-eisen, inclusief de definities van de aard van de werken (gedeeltelijke herbouw, ontmanteling, uitbreiding)
Getoetst aan de eisen die gelden voor vergunningsaanvragen in 2025-2026. De EPB-eisen worden periodiek aangepast; wij volgen dit op en werken dit artikel bij.