kennisbank/energie & epb/artikel

Nieuwbouw, IER of renovatie: welk EPB-eisenpakket geldt voor uw project?

laatst bijgewerkt: september 2026 · getoetst aan de EPB-eisenbrochure van het VEKA

het antwoord in het kort

De aard van de werken bepaalt welke EPB-eisen gelden. Drie categorieën: nieuwbouw of gelijkgesteld (ook herbouw, ontmanteling, uitbreidingen groter dan 800 m³ of met een extra wooneenheid, en gedeeltelijke herbouw met 75% nieuwe buitenconstructies), ingrijpende energetische renovatie (opwekker vervangen én minstens 75% van de schil geïsoleerd) en gewone renovatie. Het verschil tussen die categorieën bepaalt of u E30 of E60 moet halen, of er een S-peil geldt, en hoeveel hernieuwbare energie verplicht is.

Drie categorieën, drie eisenpakketten

De EPB-regelgeving kijkt niet naar wat u uw project noemt, maar naar de aard van de werken. Die bepaalt welk eisenpakket geldt. Er zijn drie categorieën, met heel precieze definities.

  1. Nieuwbouw of gelijkgesteldEen nieuwbouw, een herbouw na sloop, een ontmanteling, een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw met een beschermd volume groter dan 800 m³ of met minstens één wooneenheid, én, vaak vergeten: een gedeeltelijke herbouw waarbij minstens 75% van de scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen nieuw gebouwd wordt. Hier geldt het volledige, strengste eisenpakket.
  2. Ingrijpende energetische renovatie (IER)Een renovatie waarbij de opwekkers voor warmteproductie vervangen worden én minstens 75% van de bestaande en nieuwe scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen (na)geïsoleerd worden. Beide voorwaarden samen, niet één van de twee.
  3. RenovatieEen verbouwing, of een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw met een beschermd volume kleiner dan 800 m³ en zonder wooneenheid. Het lichtste pakket: eisen gelden enkel voor wat u aanpakt.

Wat verschilt er concreet?

eisnieuwbouw of gelijkgesteldIER
E-peilmaximaal E30 (BEN)maximaal E60
S-peilmaximaal S28, of S29 tot S31 mits maximaal E20geen S-peileis
hernieuwbare energieminstens 15 kWh/m².jaar uit zonne-energieminstens 20 kWh/m².jaar, vrije keuze van techniek
ventilatievolledig systeem A, B, C of Dvolledig systeem A, B, C of D
oververhittingindicator onder 6.500 Khgeen eis
installatielage temperatuur én installatierendement minstens 130%; sinds 2025 geen aardgasaansluiting meer bij nieuwbouwinstallatierendement minstens 130%, dus minstens een hybride warmtepomp

Bij een IER geldt bovendien dat bestaande spouwmuren die u laat navullen maximaal een U-waarde van 0,55 W/m²K mogen hebben.

Bij een gewone renovatie geldt geen E-peil, geen S-peil en geen eis rond hernieuwbare energie. Wat u vernieuwt of na-isoleert moet wel aan de maximale U-waarden voldoen, en in verbouwde ruimtes waar u vensters vervangt of toevoegt, moeten ventilatievoorzieningen komen. Nieuwe of vernieuwde installaties moeten minimale rendementen halen; aan wat u niet aanraakt, verandert niets.

De grensgevallen waar het misloopt

Vier situaties zorgen in de praktijk voor verrassingen, en de eerste is de meest onderschatte.

  1. De twee 75%-regels, die niets met elkaar te maken hebbenDe IER-regel telt hoeveel van de buitenschil (na)geïsoleerd wordt, samen met het vervangen van de warmteopwekker. Maar er bestaat een tweede, aparte regel: is minstens 75% van de scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen nieuw gebouwd, dan is het project een gedeeltelijke herbouw en wordt het gelijkgesteld met nieuwbouw, ongeacht wat er met de technieken gebeurt. Het gaat dan om de constructie zelf: nieuwe muren in snelbouw, nieuwe gordingen en spanten, nieuwe welfsels, en ook vervangen ramen tellen als nieuwe scheidingsconstructie. Een gewone renovatie waarbij net iets te veel gevel of dak afgebroken en nieuw opgetrokken wordt, springt zo in één keer naar het nieuwbouwregime. En een zorgvuldig geplande IER (alles na-isoleren, warmtepomp, E60 in zicht) wordt alsnog een nieuwbouwdossier met E30 en S-peil zodra de sloopgraad die 75% overschrijdt. Laat uw verslaggever dat percentage berekenen vóór er gesloopt wordt.
  2. De uitbreiding die net te groot wordtEen aanbouw blijft een renovatie zolang het beschermd volume onder 800 m³ blijft én er geen wooneenheid bij komt. Daarboven springt het hele project naar het nieuwbouwregime, met E-peil, S-peil en zonne-energie-eis.
  3. De extra wooneenheidKomt er bij een uitbreiding of gedeeltelijke herbouw een wooneenheid bij, bijvoorbeeld een zorgwoning of studio in een nieuwe aanbouw, dan volstaat dat om in de categorie ‘gelijkgesteld met nieuwbouw’ te belanden, ook als het volume onder 800 m³ blijft.
  4. IER of toch gewone renovatie?Isoleert u 75% van de schil maar blijft de oude ketel staan, dan is het geen IER. Vervangt u de warmteopwekker en isoleert u minder dan 75%, evenmin. Alleen de combinatie van beide maakt het een IER, met E60 en de eis rond hernieuwbare energie tot gevolg.
let op met de eis rond hernieuwbare energie

Haalt uw project het minimumaandeel hernieuwbare energie niet, dan wordt het maximale E-peil automatisch strenger: E26 bij nieuwbouw (15% strenger) en E54 bij een IER (10% strenger). Dat is zelden de goedkoopste route, en het is een van de redenen om de berekening vóór de vergunningsaanvraag te laten maken in plaats van erna.

Wanneer wordt dit vastgelegd?

De categorie volgt uit de vergunningsaanvraag en het ontwerp, en de eisen die gelden zijn die van het jaar van de vergunningsaanvraag of melding. Wijzigt het ontwerp tijdens de rit (een aanbouw wordt groter, er komt toch een extra wooneenheid, de ketel wordt alsnog vervangen), dan kan de categorie mee verschuiven. Laat uw verslaggever dat meteen herrekenen: een aanpassing op plan kost niets, een aanpassing op de werf des te meer.

bronnen
  • VEKA, brochure "Nieuwe EPB-eisen voor nieuwbouw en renovatie 2025" (uitgave januari 2025)
  • Energiebesluit en de EPB-eisentabellen op vlaanderen.be/epb-eisen, inclusief de definities van de aard van de werken (gedeeltelijke herbouw, ontmanteling, uitbreiding)

Getoetst aan de eisen die gelden voor vergunningsaanvragen in 2025-2026. De EPB-eisen worden periodiek aangepast; wij volgen dit op en werken dit artikel bij.

veelgestelde vragen

Nog even scherpstellen.

Wat is het verschil tussen de 75%-regel van een IER en die van een gedeeltelijke herbouw?
Bij een IER gaat het om 75% van de buitenschil die (na)geïsoleerd wordt, in combinatie met het vervangen van de warmteopwekker. Bij een gedeeltelijke herbouw gaat het om 75% van de scheidingsconstructies aan de buitenomgeving die nieuw gebouwd worden, zoals nieuwe muren, daken, vloeren of vervangen ramen; de technieken spelen daarbij geen rol. Overschrijdt u die tweede grens, dan wordt het project gelijkgesteld met nieuwbouw, ook als u een IER of een gewone renovatie voor ogen had.
Wat is het verschil tussen een IER en een gewone renovatie?
Een ingrijpende energetische renovatie vereist twee dingen tegelijk: de opwekkers voor warmteproductie worden vervangen én minstens 75% van de scheidingsconstructies die aan de buitenomgeving grenzen wordt (na)geïsoleerd. Ontbreekt een van beide, dan blijft het een gewone renovatie met een veel lichter eisenpakket.
Wanneer wordt mijn uitbreiding gelijkgesteld met nieuwbouw?
Zodra de uitbreiding of gedeeltelijke herbouw een beschermd volume groter dan 800 m³ heeft, of zodra die uitbreiding of herbouw minstens één wooneenheid bevat. Dan gelden de volledige nieuwbouweisen, inclusief E-peil, S-peil en de eis rond hernieuwbare energie.
Geldt er een E-peil bij een gewone renovatie?
Nee. Bij een gewone renovatie gelden geen E-peil, geen S-peil en geen eis rond hernieuwbare energie. Wel maximale U-waarden voor wat u vernieuwt of na-isoleert, ventilatievoorzieningen in verbouwde ruimtes met nieuwe of vervangen vensters, en minimale rendementen voor nieuwe installaties.
Wat als ik de eis rond hernieuwbare energie niet haal?
Dan wordt het maximale E-peil strenger: E26 in plaats van E30 bij nieuwbouw, en E54 in plaats van E60 bij een IER. Meestal is het goedkoper om het minimumaandeel hernieuwbare energie wél te halen dan om het E-peil verder te drukken.
verder lezen

Verder in de kennisbank.