kennisbank/energie & epb/artikel

EPC gemeenschappelijke delen: ook verplicht zonder VME of gemeenschappelijke kosten?

laatst bijgewerkt: september 2026 · getoetst aan de EPC-pedia van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap

het antwoord in het kort

Ja. Elk gebouw met minstens twee wooneenheden moet permanent over een EPC gemeenschappelijke delen (EPC GD) beschikken; sinds 1 januari 2024 geldt dat ook voor de kleinste appartementsgebouwen. De verplichting staat volledig los van verkoop of verhuur, van gemeenschappelijke kosten, van een VME of syndicus, en zelfs van gedeelde ruimten: dak, gevels en collectieve installaties zijn er per definitie gemeenschappelijk.

Een hardnekkige misvatting

Wij kregen onlangs deze redenering binnen: "Het is blijkbaar niet nodig om een EPC te maken van de gemeenschappelijke delen, aangezien er geen gemeenschappelijke kosten zijn voor de verhuur." Ze klinkt logisch, maar ze klopt niet, en ze circuleert in vele varianten: "wij hebben geen VME", "elk appartement heeft een eigen buitentrap", "het gebouw is van één eigenaar". Al die argumenten gaan over de organisatie rond het gebouw. De verplichting kijkt alleen naar het gebouw zelf.

Wanneer is het EPC GD verplicht?

Zodra een gebouw minstens twee residentiële eenheden telt (functioneel zelfstandige woongelegenheden met een eigen afsluitbare toegang), moet er een EPC GD zijn. De verplichting werd gefaseerd ingevoerd op basis van het aantal gebouweenheden:

verplicht sindsgebouwen met
1 januari 202215 of meer gebouweenheden
1 januari 20235 tot en met 14 gebouweenheden
1 januari 20242 tot en met 4 gebouweenheden

Sinds 2024 valt dus elk appartementsgebouw onder de verplichting. Het gaat om een permanente gebouwverplichting (Energiebesluit, artikel 9.2.5/1): het certificaat moet er gewoon zijn, ook als er niets verkocht of verhuurd wordt. Er wordt bovendien gekeken naar de feitelijke toestand van het gebouw, niet naar de vergunde situatie. Alleen voor nieuwbouw geldt uitstel: daar moet het EPC GD pas beschikbaar zijn binnen de maand nadat de omgevingsvergunning tien jaar oud is.

Ook in deze gevallen verplicht

  1. Eén eigenaar die alle appartementen verhuurtHet EPC wordt opgemaakt per gebouw, en wat een gebouw is staat los van de eigendoms- of VME-structuur. Mede-eigendom is geen voorwaarde.
  2. Geen VME en geen syndicusEen vereniging van mede-eigenaars is geen criterium. Omgekeerd kan één VME zelfs meerdere gebouwen beheren die elk een eigen EPC GD nodig hebben; het Gebouwenregister bepaalt de afbakening.
  3. Eigen buitentrappen, geen gedeelde ruimtenDe regelgeving stelt geen eis over de aanwezigheid van gemeenschappelijke ruimten. Het EPC GD beschrijft de schildelen (dak, gevels, vloeren) en de collectieve installaties, en die zijn er ook zonder gedeelde inkomhal.
  4. Een winkel of praktijk op het gelijkvloersTelt het gebouw daarnaast minstens twee wooneenheden, dan hoort ook die niet-residentiële eenheid bij het gebouw en wordt ze mee opgenomen in het EPC GD, zelfs met een eigen ingang.
  5. De uitzondering die wél bestaatEen gebouw met één wooneenheid en één niet-residentiële eenheid, of met enkel niet-residentiële eenheden, valt niet onder de EPC GD-verplichting.

Wat riskeert u zonder EPC GD?

Het VEKA controleert steekproefsgewijs. Bij het ontbreken van een geldig EPC GD kan het aan de eigenaar of de VME een administratieve geldboete van 500 tot 5.000 euro opleggen, afhankelijk van het aantal gebouweenheden. Betalen geeft geen vrijstelling: het certificaat moet er nadien alsnog komen om een nieuwe sanctie te vermijden.

u bent niet alleen, maar wacht niet af

Van de ruwweg 120.000 Vlaamse appartementsgebouwen die een EPC GD nodig hebben, blijkt ongeveer de helft er nog geen te hebben. Alle deadlines zijn intussen verstreken; elke controle kan dus raak zijn. Het EPC GD voedt bovendien de individuele EPC's van de appartementen, en bepaalt zo mee het energielabel bij een latere verkoop of verhuur.

Het EPC GD wordt opgemaakt door een erkend energiedeskundige type A, geldt per gebouw en blijft tien jaar geldig.

bronnen
  • EPC-pedia van het VEKA: toepassingsgebied EPC Gemeenschappelijke Delen (vlaanderen.be)
  • Energiebesluit, artikel 9.2.5/1
  • VEKA-communicatie over handhaving en boetes bij ontbrekend EPC GD

Getoetst aan de geldende regelgeving in september 2026. Wij volgen de EPC-regelgeving actief op en werken dit artikel bij zodra er iets wijzigt.

veelgestelde vragen

Nog even scherpstellen.

Er zijn geen gemeenschappelijke kosten, moet er dan toch een EPC gemeenschappelijke delen zijn?
Ja. De verplichting hangt uitsluitend af van het gebouw: zodra er minstens twee residentiële eenheden zijn, is het EPC GD verplicht. Gemeenschappelijke kosten, een kostenverdeling of een syndicus spelen geen enkele rol.
Elk appartement heeft een eigen buitentrap en er zijn geen gedeelde ruimten. Ook dan?
Ja. De regelgeving stelt geen eis over de aanwezigheid van gemeenschappelijke ruimten. Het EPC GD gaat over de schildelen van het gebouw, zoals het dak, de gevels en de vloeren, en over de collectieve installaties; die zijn er ook zonder gedeelde inkomhal of traphal.
Het hele gebouw is van één eigenaar die alle appartementen verhuurt. Ook dan?
Ja. Het EPC wordt opgemaakt per gebouw, en wat een gebouw is staat volledig los van de eigendoms- of VME-structuur. Eén eigenaar zonder mede-eigendom valt dus evengoed onder de verplichting.
Op het gelijkvloers zit een winkel met eigen ingang. Telt die mee?
Ja, zodra het gebouw daarnaast minstens twee wooneenheden telt, hoort ook de niet-residentiële eenheid bij het gebouw en wordt ze mee opgenomen in het EPC GD. Alleen een gebouw met één wooneenheid en één niet-residentiële eenheid, of met enkel niet-residentiële eenheden, valt buiten de verplichting.
Hoelang blijft een EPC gemeenschappelijke delen geldig?
Tien jaar vanaf de opmaak. Na ingrijpende werken aan de gemeenschappelijke delen kan een vroegere hernieuwing zinvol zijn, omdat het EPC GD de gegevens voedt van de individuele EPC's van de appartementen.
verder lezen

Verder in de kennisbank.